Uitspraak
18.2096 PW
OVERWEGINGEN
Anders dan eiser en de Adviescommissie is de rechtbank voorts van oordeel dat het feit dat eiser de Nederlandse taal niet machtig is, niet maakt dat verweerder een langere termijn in acht had moeten nemen. Het had op de weg van eiser gelegen om (tijdig) contact op te nemen met zijn contactpersoon bij verweerder of om een derde in te schakelen om hem te helpen als hij niet begreep wat er van hem werd verlangd. Temeer nu eiser ter zitting ook heeft aangegeven dat hij op 19 januari 2017 de oproepbrieven heeft gezien met daarop vermeld een datum, hetgeen voor hem ook aanleiding is geweest om iemand te zoeken die deze brieven voor hem kon vertalen. Niet gebleken is dat eiser niet direct op die dag iemand daarvoor heeft kunnen raadplegen.”