Uitspraak
19 599 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die sinds 1996 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een stofzuiger en voor stoffering en inrichting van een kamer, noodzakelijk vanwege haar longproblemen en de behandelingsbehoefte van haar dochter.
Het college wees de aanvragen af omdat deze kosten als incidenteel noodzakelijke kosten uit eigen inkomen of reservering voldaan moeten worden. Appellante maakte haar hoge medische kosten niet voldoende aannemelijk en kon volgens het college wel reserveren.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, maar dat appellante kon reserveren en de kosten uit haar bijstandsnorm en toeslagen kon betalen.
In hoger beroep stelde appellante dat de reserveringsmogelijkheid niet bij de draagkrachtbeoordeling betrokken mocht worden, maar de Raad oordeelde dat dit onderdeel is van de beoordeling van bijzondere omstandigheden. De Raad vond dat de rechtbank een kennelijke misslag maakte door de reserveringsmogelijkheid bij de draagkracht te betrekken, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad verwierp ook het subsidiaire beroep wegens onvoldoende onderbouwing van de medische kosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wijzend het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.