ECLI:NL:CRVB:2020:3401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete bij niet melden studiefinanciering bij bijstand
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds september 2016. Het college van Rotterdam ontdekte dat zij vanaf augustus 2018 studiefinanciering ontving, wat zij niet had gemeld. Dit leidde tot een besluit tot terugvordering van €1.609,44 en een boete van €804,72.
Na bezwaar handhaafde het college deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Het geschil beperkte zich tot de vraag of er dringende redenen waren om terugvordering en boete geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.
De Raad oordeelde dat dringende redenen alleen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die bijzonder en uitzonderlijk zijn. De door appellante aangevoerde omstandigheden, zoals zorg voor twee kleine kinderen en schulden, waren geen directe gevolgen van de terugvordering of boete en vormden geen dringende redenen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en boete wegens het niet melden van studiefinanciering.