ECLI:NL:CRVB:2020:3402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen op oproepen arbeidsinschakeling
Appellante had op grond van de Participatiewet de verplichting mee te werken aan onderzoek naar haar arbeidsmogelijkheden en te verschijnen op oproepen daarvoor. Zij verscheen niet op de afspraken van 21 februari 2017 en 20 maart 2018 zonder geldige reden, waarop het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam haar bijstand met 30% verlaagde als maatregel.
Appellante voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de oproep van 21 februari 2017 en dat zij op 20 maart 2018 niet kon verschijnen vanwege een ziek kind en gebrek aan beltegoed. Ook stelde zij dat het college onvoldoende rekening hield met haar persoonlijke omstandigheden en dat zij onterecht niet eerder ontheffing van arbeidsverplichtingen had gekregen.
De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar heeft gehandeld door niet te verschijnen, ook wanneer zij het e-mailbericht gemist zou hebben, omdat dit voor haar risico kwam. Haar persoonlijke omstandigheden werden onvoldoende onderbouwd om de maatregelen te matigen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand met 30% wegens niet verschijnen op oproepen.