Uitspraak
18 3723 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
10 september 2007.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving algemene bijstand en heeft meerdere keren bijzondere bijstand aangevraagd voor de aflossing van een schuld bij zorgverzekeraar X. Na eerdere toekenning van leenbijstand voor deze schuld, werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat leenbijstand slechts eenmaal wordt verstrekt voor een zorgverzekeringsschuld.
De rechtbank had de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde dat het college nalatig was geweest in het heraanmelden voor het Rotterdampakket, waardoor een hogere premie en schuld ontstond, en dat er zeer dringende redenen waren om bijzondere bijstand te verlenen.
De Raad oordeelde dat de wettelijke belemmering uit artikel 13 PW Pro van toepassing is en dat er geen sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 49 PW Pro. De Raad benadrukte dat het buitenwettelijk begunstigend beleid van het college, dat eenmalige leenbijstand toestaat voor overstap naar het Rotterdampakket, consistent is toegepast. De fout bij een eerdere tweede leenbijstand verandert hier niets aan.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor aflossing van de zorgverzekeringsschuld wordt bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.