ECLI:NL:CRVB:2020:3469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij Wmo-voorzieningen
Appellant, met beperkingen door vaat-, chirurgische en longaandoeningen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Heeze en Leende ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees deze aanvragen aanvankelijk af, maar trok dit besluit later in en verstrekte de gewenste maatwerkvoorzieningen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtens te honoreren belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling, mede omdat het college het bezwaar had gehonoreerd met het tweede besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel procesbelang had, omdat het college het medisch onderzoek dat de rechtbank had voorgeschreven niet had uitgevoerd.
De Raad overwoog dat procesbelang alleen bestaat als het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor appellant. Het feit dat appellant ontevreden is over de wijze waarop het college tot het besluit kwam en een medisch onderzoek wenst voor toekomstige aanvragen, is onvoldoende om procesbelang aan te nemen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.