ECLI:NL:CRVB:2020:3476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens oordeelde dat zij niet in aanmerking kwam omdat zij naar verwachting meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. De medische en arbeidskundige beoordelingen wezen uit dat haar beperkingen sinds 2011 niet zijn toegenomen en dat de eerder vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst nog steeds van toepassing is.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante tegen het afwijzingsbesluit ongegrond, waarbij werd overwogen dat het UWV de medische beoordeling zorgvuldig had laten toetsen door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en dat de indicatie voor ambulante ondersteuning geen aanleiding gaf tot herziening van het besluit.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze conclusies en wijst het verzoek van appellante af. Tevens oordeelt de Raad dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden met vijf maanden, waardoor een schadevergoeding van €500,- wordt toegekend, waarvan €300,- voor rekening van het UWV komt en €200,- voor de Staat. Daarnaast worden proceskosten aan appellante toegekend, te betalen door het UWV en de Staat.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard, afwijzing Wajong-uitkering bevestigd en schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.