Uitspraak
18.2601 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor juridische ondersteuning bij verzoeken tot inzage van dossiers, maar het college wees dit af omdat zij een beroep kon doen op de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) als passende en toereikende voorliggende voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht af, omdat het inkomen van appellante hoger was dan 90% van de bijstandsnorm. In hoger beroep stelde appellante dat haar inkomen lager was en dat het college ten onrechte haar verzoek om telefonisch horen had afgewezen.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het griffierecht niet had kwijtgescholden en dat het college het verzoek om telefonisch horen mocht weigeren vanwege het belang van een ordentelijke hoorzitting. Verder concludeerde de Raad dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat geen advocaat bereid was haar op basis van toevoeging bij te staan.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure binnen de redelijke termijn van vier jaar bleef. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.