Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierechten in drie (hoger) beroepsprocedures. Deze verzoeken werden afgewezen omdat de kosten niet hoger waren dan haar draagkracht. Eiseres maakte bezwaar en vroeg om telefonisch te worden gehoord, wat werd geweigerd omdat dit niet in de verordening was opgenomen en het hoorproces daardoor onvoldoende zorgvuldig zou zijn.
De Commissie voor de bezwaarschriften hield hoorzittingen waarvoor eiseres en haar gemachtigde niet verschenen. Het college verklaarde de bezwaren ongegrond. Eiseres stelde dat het college de hoorplicht had geschonden door haar niet telefonisch te horen, verwijzend naar jurisprudentie. De rechtbank oordeelde echter dat de hoorplicht niet was geschonden omdat de hoorzittingen zorgvuldig waren georganiseerd met meerdere betrokkenen en dat telefonisch horen in deze context niet passend was.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor ontheffing van griffierechtbetaling wegens betalingsonmacht en dat het college terecht griffierecht had geheven. De beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.