ECLI:NL:CRVB:2020:366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen medische beoordeling WIA-uitkering
Betrokkene viel in september 2013 uit voor zijn werk en kreeg in oktober 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat er geen adequate behandeling was en dat het UWV naliet actie te ondernemen. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard omdat het niet ging over de omvang van het geding. In beroep stelde appellante dat het afzien van een sanctie onderdeel was van het besluit en bestreed zij de medische beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het ging om de medische beoordeling, omdat dit niet in bezwaar was aangevoerd en artikel 6:13 Awb Pro dit uitsluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Het UWV had volgens verzekeringsartsen terecht geen stagnatie van herstel vastgesteld en appellante had de medische gronden eerder moeten aanvoeren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.