ECLI:NL:CRVB:2020:39
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen
Appellant vroeg op grond van de Wajong een uitkering aan vanwege diagnoses PDD-NOS, ADHD en een lichte verstandelijke handicap, gecombineerd met vermoeidheidsklachten die zijn belastbaarheid beperken. Het UWV wees de aanvraag af omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het oordeel van de verzekeringsartsen dat verbetering mogelijk was werd gevolgd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen duurzaam waren vanwege langdurige en ineffectieve behandelingen. De Raad toetste het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen aan het beoordelingskader van het Compendium Participatiewet, dat een stappenplan hanteert om de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid vast te stellen.
De Raad concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen op de beoordelingsdatum niet duurzaam was omdat er nog behandel- en revalidatiemogelijkheden waren die verbetering konden brengen. De medische en arbeidskundige rapporten waren zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. De verwachting dat de belastbaarheid zou kunnen toenemen werd onderschreven, ondanks dat de revalidatie niet direct resultaat opleverde.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.