ECLI:NL:CRVB:2020:407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft sinds 2001 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering en Wajong-uitkering, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om eerdere besluiten te herzien. In 2017 diende appellant opnieuw een verzoek in met medische gegevens, waaronder een MRI-rapport van 2017, maar het UWV concludeerde dat deze gegevens niet wezenlijk afweken van eerdere medische informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd waarom de eerdere besluiten niet onjuist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling uit 2002 onzorgvuldig was en dat hij recht had op een Wajong-uitkering vanwege diverse aandoeningen die al voor zijn zeventiende bestonden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het verzoek van appellant als een verzoek om terug te komen op eerdere besluiten heeft opgevat en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die daartoe aanleiding gaven. De medische gegevens uit 2017 hadden geen betrekking op de situatie op de relevante beoordelingsdata. Ook de door appellant overgelegde brieven en eerdere gegevens waren reeds bekend en meegenomen in de beoordeling.
Verder werd overwogen dat laattijdige aanvragen en het ontbreken van specifieke medische gegevens voor risico van appellant komen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om terug te komen op eerdere besluiten bevestigd.