ECLI:NL:CRVB:2020:417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Participatiewet en beschikten over onroerende zaken in Turkije die niet waren gemeld. Het college schakelde Bureau Buitenland in voor een themacontrole, waarna de bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het onderzoek discriminerend was en dat sommige onroerende zaken aan hun dochter toebehoorden, evenals dat schulden in aanmerking genomen hadden moeten worden. De Raad verwierp het discriminatieverweer op basis van eerdere rechtspraak en het ontbreken van nadere onderbouwing.
Verder stelde de Raad dat onroerende zaken die op naam van appellanten staan vermoedelijk tot hun vermogen behoren, en appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat dit anders was. De stelling dat schulden in mindering gebracht moesten worden faalde daardoor eveneens.
De Raad bevestigde de bestreden uitspraken van de rechtbank Limburg en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen aanleiding gezien tot een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld vermogen en wijst het beroep af.