ECLI:NL:CRVB:2020:474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellante, voormalig apothekersassistente, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met lichamelijke en later psychische klachten. Het UWV beëindigde haar uitkering na een eerstejaarsbeoordeling (EZWb), waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vaststelden dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de geschiktheid van de geselecteerde functies.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was en dat de rechtbank de belangen onzorgvuldig had afgewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat bij een EZWb-beoordeling geen ruimte is voor belangenafweging.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldige eerstejaarsbeoordeling.