ECLI:NL:CRVB:2020:590
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verzoek vrijstelling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de eerdere beslissing van de Centrale Raad van Beroep waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
Appellant stelde dat de draagkrachtbeoordeling onjuist was en dat de uitspraak onvoldoende was gemotiveerd. De Raad overwoog dat vrijstelling van griffierecht kan worden verleend indien het netto-inkomen minder bedraagt dan 90% van de maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande en er geen vermogen is om het griffierecht te betalen.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan deze criteria en dat de procedure correct was gevolgd. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van toegang tot de rechter en de criteria voor betalingsonmacht bij griffierecht in bestuursrechtelijke zaken.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de criteria voor vrijstelling van griffierecht.