ECLI:NL:RBROT:2021:9391
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van misbruik van recht bij aanvragen bijzondere bijstand griffierecht en dwangsommen
De rechtbank Rotterdam behandelde een cluster van zaken waarin eiser veelvuldig bijzondere bijstand voor griffierechtkosten en andere procedures aanvroeg. In de meeste zaken werd misbruik van recht aangenomen, waardoor geen ontheffing van griffierecht werd verleend en beroepen niet-ontvankelijk werden verklaard.
In zaak ROT 20/4903 oordeelde de rechtbank dat de aanvraag om leenbijstand onder het Bbz 2004 viel en dat de ingebrekestelling prematuur was, waardoor geen dwangsom verschuldigd was. Dit beroep werd ongegrond verklaard.
In zaak ROT 20/6922 werd het beroep gegrond verklaard omdat eiser een voldoende onderbouwde aanvraag had gedaan voor bijzondere bijstand bij een verzoek tot getuigenverhoor, en verweerder ten onrechte de aanvraag buiten behandeling had gesteld.
De overige beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht, omdat eiser herhaaldelijk onnodige en onbehoorlijke procedures voerde zonder voldoende onderbouwing, vaak met kwade trouw. De rechtbank benadrukte dat eiser niet onbeperkt publieke middelen mag gebruiken om te procederen en dat ontheffing van griffierecht niet langer bij voorbaat wordt verleend bij nieuwe zaken.
Uitkomst: Het beroep in één zaak is gegrond, in één zaak ongegrond, en de overige beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.