Uitspraak
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.000,-.
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende beroep in tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam betreffende de afwijzing, intrekking en terugvordering van Tozo-bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante het griffierecht niet had betaald en het beroep op betalingsonmacht faalde. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en verwierp het beroep op betalingsonmacht.
Daarnaast had appellante bezwaar gemaakt tegen een tweede besluit tot intrekking en herziening van Tozo-bijstand. De rechtbank verklaarde dit beroep ongegrond en wees een schadevergoedingsverzoek af. In hoger beroep stelde appellante dat zij procesbelang had, onder meer vanwege vermeende schending van privacyregels en reputatieschade, maar de Raad oordeelde dat dit op voorhand onaannemelijk was en dat er geen procesbelang bestond.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken, wees het hoger beroep af, verklaarde het niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht en wees het verzoek om schadevergoeding af, behalve een immateriële schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn bij het eerste besluit.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en gebrek aan procesbelang; schadevergoeding van €1.000,- toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.