ECLI:NL:CRVB:2020:60
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking herziening en terugvordering nabestaandenuitkering wegens fouten Sociale Verzekeringsbank
Betrokkene had recht op een nabestaandenuitkering tot haar AOW-leeftijd, maar ontving een nabetaling die ook een periode na deze datum omvatte. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de uitkering volledig met terugwerkende kracht en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en het bestreden besluit.
De Raad stelt vast dat de Svb bij de herziening het 3:4-beleid toepaste, dat herziening met volledige terugwerkende kracht kan worden beperkt als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat de Svb de eigen fouten bij de behandeling van de aanvraag onvoldoende heeft meegewogen. Betrokkene had kunnen weten dat zij recht had op uitkering tot haar pensioengerechtigde leeftijd, maar de Svb handelde traag en communiceerde onvoldoende, waardoor betrokkene meende dat de uitkering correct was.
Daarom had de Svb de herziening en terugvordering tot de helft moeten beperken. Dringende redenen om verder af te zien van terugvordering zijn niet gebleken. De rechtbank had ten onrechte het beroep tegen het besluit tot terugvordering ongegrond verklaard; de Raad verklaart dit beroep ongegrond. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moet een nieuw besluit nemen, waarbij beroep alleen bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de nabestaandenuitkering worden beperkt tot de helft vanwege fouten van de Sociale Verzekeringsbank.