ECLI:NL:CRVB:2020:709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstand wegens niet gemelde bankbijschrijvingen
Appellante ontving in de periode maart tot en met juni 2016 bedragen van haar studerende zoon, die geld had geleend bij DUO. Deze bedragen werden bijgeschreven op haar bankrekening. Een groot deel van dit geld gebruikte appellante om een schuld bij Wehkamp af te lossen, zonder dit aan het college te melden, wat in strijd was met haar inlichtingenverplichting.
Volgens de Participatiewet worden bijschrijvingen op de bankrekening van een bijstandsgerechtigde beschouwd als middelen waarover redelijkerwijs kan worden beschikt. Ook geldleningen vallen onder deze middelen. De stelling van appellante dat zij niet vrij over het geld kon beschikken omdat haar zoon haar verplichtte het te gebruiken voor schuldaflossing, werd verworpen. De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk vrij over het geld kon beschikken en dit ook deels voor andere uitgaven heeft gebruikt.
Daarom is de herziening van de bijstand over genoemde periode en de terugvordering van € 2.782,68 terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening en intrekking van de bijstand over maart tot en met juni 2016 en de terugvordering van € 2.782,68 zijn terecht bevestigd.