ECLI:NL:CRVB:2020:711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterecht intrekken en terugvorderen bijstand wegens onvoldoende bewijs eigendom woning
Appellant ontving van 1 juli 2012 tot 8 september 2014 een AIO-aanvulling. De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok deze aanvulling in en vorderde deze terug op grond van het vermeende bezit van een woning in Marokko. In een eerdere uitspraak had de Raad geoordeeld dat de Svb onvoldoende bewijs had geleverd voor het eigendom van onroerend goed door appellant.
De Svb nam daarop een nieuw besluit op 15 februari 2019, waarbij de intrekking en terugvordering werd gehandhaafd, gebaseerd op een rapport van oktober 2015 met een verklaring van een cheikh. Dit rapport was niet ingebracht in de eerdere procedure en de Raad oordeelde dat de Svb niet aannemelijk had gemaakt dat appellant eigenaar was van de woning.
De Raad stelde vast dat de cheikh zonder opdracht van de Svb op eigen initiatief onderzoek had gedaan en dat de Svb geen verder onderzoek had verricht toen bewijsstukken ontbraken. De juistheid van de verklaring van de cheikh kon daardoor niet worden gecontroleerd. Ook was er geen concrete aanleiding om te twijfelen aan een latere verklaring van de cheikh die stelde geen informatie te hebben gegeven over onroerend goed van appellant.
De Raad vernietigde het besluit van 15 februari 2019, herroept het beëindigings- en terugvorderingsbesluit van 2015, en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant. De intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling per 1 juli 2012 tot en met 30 september 2014 houden geen stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd.