ECLI:NL:CRVB:2020:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onvoldoende procesbelang bij regiotaxi-zorgplicht
Appellant, rolstoelafhankelijk en gebruiker van de regiotaxi, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen om aanpassing van zijn vervoersvoorziening. Het college weigerde dit op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college niet voldoet aan de zorgplicht uit de Wmo 2015, die volgens hem inhoudt dat regiotaxigebruikers vrij moeten kunnen reizen binnen een straal van 25 kilometer rond hun woning. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of appellant voldoende procesbelang had voor een inhoudelijke beoordeling van deze zorgplicht.
De Raad oordeelde dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang, conform vaste rechtspraak. Aangezien appellant een algemene uitspraak voor alle regiotaxigebruikers wenste en geen concreet persoonlijk belang had, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.