ECLI:NL:CRVB:2020:771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget voor begeleiding door familieleden
Appellant, bekend met een verstandelijke beperking en psychische klachten, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding door familieleden. Het college weigerde dit op basis van een medisch advies van de GGD dat professionele begeleiding noodzakelijk achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch advies onvoldoende inzichtelijk was en dat een psychiater in plaats van een GGD-arts geraadpleegd had moeten worden. Tevens stelde appellant dat begeleiding door familie gezien zijn persoonlijkheidsstructuur geïndiceerd was.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig en concludent was en dat appellant geen medische informatie had overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen. De Raad vond geen aanleiding het college te verplichten een pgb voor begeleiding door familieleden te verstrekken, omdat niet gewaarborgd is dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht zal zijn.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb voor begeleiding door familieleden wegens het ontbreken van waarborg voor veilige en doeltreffende ondersteuning.