ECLI:NL:CRVB:2020:823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit UWV over arbeidsgeschiktheid na diagnose autismestoornis
Betrokkene was werkzaam als callcentermedewerker en ontving een uitkering op grond van de WW en later de Ziektewet. Het UWV verklaarde hem per 13 maart 2017 arbeidsgeschikt, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd. Betrokkene vroeg herziening op basis van een rapport van PACT dat een autismestoornis vaststelde. Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit, stellende dat betrokkene ondanks de stoornis jarenlang zijn werk had kunnen verrichten en dat de lichamelijke klachten niet verklaard konden worden door de stoornis.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het UWV-besluit, stellende dat onvoldoende inzicht was in de aard van het werk en de omstandigheden. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht een voldoende onderzoek naar de maatstaf arbeid heeft verricht en dat de verlichtende aspecten van het werk in aanmerking zijn genomen. Het UWV heeft terecht geen aanleiding gezien het eerdere oordeel te herzien.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.