ECLI:NL:CRVB:2020:830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- M.F. Wagner
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder voldoende onderbouwing wijziging woonsituatie
Appellante had bijstand ontvangen, maar deze werd beëindigd omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-echtgenoot, X. Na beëindiging diende zij opnieuw een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande ouder. Het college wees deze aanvraag af omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat X niet langer op hetzelfde adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat appellante slechts een onderbouwde stelling hoefde te maken dat X op een ander adres woonde, waarna het college onderzoek moest doen. Appellante kon dit niet voldoende onderbouwen; zij gaf aan dat X wel eens kwam vanwege de kinderen, maar kon niet aantonen dat zijn hoofdverblijf elders was.
De Raad concludeerde dat het college terecht geen nader onderzoek hoefde te verrichten en dat het recht op bijstand pas vanaf 10 maart 2017 ontstond. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bijstand bevestigd.