ECLI:NL:CRVB:2020:865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsvermogen en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in Wajong-uitkeringszaak
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd vanwege de ziekte van Crohn, maar het UWV wees deze af omdat zij volgens verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na onderzoek van het medisch en arbeidskundig bewijs.
De Raad volgt het standpunt dat appellante ondanks haar chronische aandoening een opleiding heeft afgerond, heeft gewerkt als thuishulp en administratief assistent, en ten minste vier uur per dag belastbaar was. De stelling van appellante dat frequent toiletbezoek haar functioneren belemmerde, wordt verworpen omdat dit niet relevant is voor de beoordeling van de arbeidsmogelijkheden volgens het Schattingsbesluit.
Verder oordeelt de Raad dat de verslechtering van haar medische situatie na haar achttiende verjaardag buiten de vijfjaarstermijn van artikel 1a:1, tweede lid, Wajong valt en daarom niet leidt tot een andere beoordeling. Wel is de redelijke termijn in de procedure met zes maanden overschreden, waarvoor de Staat een immateriële schadevergoeding van €500,- moet betalen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen, schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.