ECLI:NL:CRVB:2019:4015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over arbeidsvermogen Wajong-uitkering
Betrokkene, geboren in 1992, ontving sinds 2010 een Wajong-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2015 stelde het UWV vast dat betrokkene arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot een verlaging van de uitkering per 1 januari 2018. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, stellende dat betrokkene geen arbeidsvermogen heeft vanwege frequente pauzes tijdens dagbesteding.
Het UWV stelde in hoger beroep dat betrokkene, mits passende werkomgeving en begeleiding, wel in staat is om een uur aaneengesloten te werken. De Raad volgde dit standpunt en oordeelde dat de pauzes van betrokkene geen substantiële onderbrekingen zijn die het productieproces verstoren. Verder is vastgesteld dat betrokkene over basale werknemersvaardigheden beschikt, vier uur per dag belastbaar is en een geschikte taak kan uitvoeren.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard.