ECLI:NL:CRVB:2020:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schadevergoeding wegens ontslagvergunning
Appellant heeft een uitkering op grond van de Wet WIA aangevraagd en kreeg te maken met een loonsanctie die door het UWV ten onrechte werd bekort. Na eerdere procedures werd appellant een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige bekorting van de loonsanctie.
Vervolgens verzocht appellant om een aanvullende schadevergoeding omdat hij door de onrechtmatige bekorting geen ontslagvergoeding ontving. Het UWV wees dit af omdat het ontslag per 1 juni 2009 plaatsvond na het verlenen van een ontslagvergunning aan de ex-werkgever, waardoor een ontslagverbod niet meer gold.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat zij niet bevoegd was over de ontslagvergunning te oordelen. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank wel bevoegd was en dat hij recht had op schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat appellant geen bewijs had geleverd dat hij de schadevergoeding zou hebben ontvangen als de loonsanctie niet was bekort en dat het mogelijk was dat alsnog een ontslagvergunning was verkregen. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het schadebesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuursrechter niet bevoegd is over de ontslagvergunning te oordelen.