ECLI:NL:CRVB:2012:BV8096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bekorting loonsanctie wegens onjuiste toepassing re-integratie tweede spoor
Appellant, een werknemer die wegens hartklachten arbeidsongeschikt raakte, kreeg een loonsanctie opgelegd aan zijn werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsverplichting met 52 weken, maar bekortte deze later tot 19 januari 2009 nadat de werkgever aangaf een opleiding tot apothekersassistent te zullen bekostigen.
Appellant maakte bezwaar tegen de bekorting van de loonsanctie, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde het besluit van het UWV, maar appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de interne circulaire 09C002, die als werkinstructie binnen het beoordelingskader poortwachter geldt, niet correct had toegepast.
De Raad stelde vast dat het re-integratiebureau de werkgever al in februari 2008 adviseerde om het tweede spoortraject te starten, maar dat de werkgever dit niet tijdig heeft opgepakt. De werkgever weigerde de opleiding voor te financieren vanwege twijfels over de capaciteiten van appellant. De Raad achtte dit onvoldoende reden om het tweede spoor niet eerder te starten.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV het griffierecht van appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot bekorting van de loonsanctie wordt vernietigd omdat het UWV het tweede spoortraject niet tijdig heeft laten starten.