De zaak betreft de vraag vanaf welke datum het zorgkantoor in verzuim is geraakt met betrekking tot de aanvraag voor meerzorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Appellanten stelden dat het verzuim moest worden vastgesteld vanaf de oorspronkelijke aanvraagdatum van 5 mei 2011 of subsidiair vanaf 18 juli 2013. De Raad oordeelde echter dat deze data niet als aanvraagdatum voor het zorgkantoor gelden, omdat de eerste aanvraag gericht was aan het CIZ en de e-mail van 18 juli 2013 geen verzoek tot besluitvorming inhield.
De Raad bevestigde dat het zorgkantoor terecht uitging van de ontvangst van de schriftelijke aanvraag op 23 oktober 2013 als aanvang van de beslistermijn. Dit betekent dat het verzuim en daarmee de wettelijke rente pas vanaf 30 januari 2014 verschuldigd is, conform artikel 4:102, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De eerdere procedure tegen het CIZ en de communicatie van 18 juli 2013 konden niet worden aangemerkt als een formele aanvraag aan het zorgkantoor.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland werden bevestigd, waarbij het zorgkantoor werd verplicht het bedrag voor meerzorg over de periode van 30 juni 2011 tot en met 31 december 2013 te betalen, inclusief wettelijke rente vanaf 30 januari 2014. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.