Uitspraak
19.4326 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2010 werkzaam bij de GGD Zaanstreek-Waterland en viel in 2014 uit wegens psychische klachten. Na diverse re-integratiepogingen en medische beoordelingen werd zij op 1 mei 2017 eervol ontslagen wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Het bestuur had volgens het Uwv onvoldoende re-integratie-inspanningen geleverd, wat leidde tot een loonsanctie.
De rechtbank oordeelde dat het bestuur ondanks enkele tekortkomingen in het re-integratietraject redelijk heeft gehandeld, mede door het inschakelen van een tweede bedrijfsarts en een extern re-integratiebureau. Appellante stelde dat zij onder onredelijke druk was gezet, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Er is geen sprake van onredelijke druk, het bestuur heeft zijn bevoegdheid tot ontslagverlening op grond van artikel 8:4 CAR Pro/UWO naar behoren gebruikt. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.