ECLI:NL:CRVB:2021:1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor AIO-aanvulling wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant ontving vanaf 3 april 2018 een ouderdomspensioen en had daarvoor bijstand ontvangen. Hij vroeg pas op 29 mei 2018 een aanvraagformulier voor een AIO-aanvulling aan en diende de aanvraag op 26 juni 2018 in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat bijzondere omstandigheden, zoals het ontvangen van afrekeningen na 3 april 2018 en zijn leeftijd, rechtvaardigen dat de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht wordt toegekend. Hij voerde aan dat hij niet goed begreep dat hij zelf een aanvraag moest indienen en dat de Svb hem hierover onvoldoende had geïnformeerd.
De Raad oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. Het is de verantwoordelijkheid van appellant om tijdig een aanvraag in te dienen. De Svb is niet verplicht om de appellant actief te informeren over zijn rechten en heeft hem uitdrukkelijk gewezen op de noodzaak zelf een aanvraag te doen. De verwarring over afrekeningen en de leeftijd van appellant rechtvaardigen geen afwijking van de hoofdregel.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van terugwerkende kracht voor de AIO-aanvulling bevestigd.