ECLI:NL:CRVB:2021:1233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake beoordeling re-integratie-inspanningen werknemer met oogklachten
Werknemer, voorzitter van het College van Bestuur, meldde zich in 2013 ziek vanwege lichamelijke klachten en hervatte gedeeltelijk aangepast werk. In 2014 werden re-integratieactiviteiten op advies van de bedrijfsarts gestaakt. Het UWV stelde vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en legde een loonsanctie op.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, mede op basis van een rapport van een neuroloog. Het UWV ging in hoger beroep en vroeg een onafhankelijke deskundige, drs. F.M. Brouwer, om advies. Deze concludeerde dat werknemer in staat was om 6 uur per dag en 30 uur per week te werken.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en oordeelde dat de werkgever tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen. Het ontbreken van concrete re-integratie-inspanningen leidde tot gemiste kansen. De toekenning van een IVA-uitkering aan werknemer na de loonsanctie doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.