ECLI:NL:CRVB:2021:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bij terugvordering bijstand
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak over de terugvordering van bijstand. Na een zitting op 19 januari 2021 oordeelde de Raad dat het onderzoek onvolledig was en heropende het onderzoek, waarna een comparitiezitting werd gepland op 29 maart 2021.
In de oproep werd aangegeven dat de Raad vooralsnog voldoende grond zag voor intrekking van de bijstand wegens het niet hebben van het hoofdverblijf op het opgegeven adres, maar dat de terugvordering mogelijk beperkt kon worden. Verzoeker mocht verwachten dat hij tijdens de comparitie nog nadere feiten kon aandragen over zijn hoofdverblijf.
Tijdens de comparitie gaf de behandelend rechter echter aan dat het voorlopige oordeel definitief was en weigerde hij verzoeker de gelegenheid te geven zijn zienswijze nader toe te lichten. Dit leidde tot een wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid.
De Raad oordeelde dat de vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd was omdat verzoeker niet de kans kreeg zijn standpunt te presenteren. Het wrakingsverzoek werd toegewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en het onderzoek wordt heropend.