Uitspraak
18 5858 WIA
3 oktober 2018, 18/2064 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
6 juni 2019 en een brief van de anaesthesioloog-pijnspecialist van 7 oktober 2020 overgelegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig filiaalmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens rugklachten na een auto-ongeluk. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op minder dan 35%, waardoor de uitkering werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens motiveringsgebrek in de arbeidskundige beoordeling, maar liet de medische beoordeling en het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege gebrek aan computervaardigheden en overschrijding van belastbaarheid. Zij overlegde medische rapporten ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist en voldoende gemotiveerd was, ook na inbreng van nieuwe medische informatie. De arbeidskundige beoordeling was overtuigend en de geselecteerde functies passend, waarbij rekening was gehouden met de mogelijkheden van appellante. De bezwaren van appellante faalden, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en oordeelde dat er geen schending was van het gelijkheidsbeginsel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.