ECLI:NL:CRVB:2021:1338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ambtenaar DJI
Appellant was sinds 1998 werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, laatstelijk bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. In april 2017 verscheen hij zonder opgave van redenen niet op het werk. Kort daarna werd hij geschorst vanwege zijn voorlopige hechtenis en een integriteitsonderzoek.
Het Bureau Integriteit stelde vast dat appellant ernstig plichtsverzuim had gepleegd, waaronder het niet melden van een hennepkwekerij op zijn perceel, het onderhouden van verboden contact met een gedetineerde en het niet melden van financiële problemen. Op grond hiervan werd hem ontslag opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim aan appellant kon worden toegerekend. Appellant voerde in hoger beroep medische omstandigheden aan, maar kon niet aantonen dat hij de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag niet kon inzien.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, wees de medische stukken af als onvoldoende en bevestigde het ontslagbesluit. Het vertrouwen in appellant was onherstelbaar beschadigd, gelet op zijn functie en de ernst van het plichtsverzuim.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.