ECLI:NL:CRVB:2021:136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks procedureel gebrek bij inschakeling Tsjechisch orgaan
Appellant, met een lange voorgeschiedenis van arbeidsongeschiktheid sinds 1992, vordert een herziening van zijn WAO-uitkering op basis van vermeende toename van beperkingen door een organische persoonlijkheidsstoornis. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45%, waarbij het Tsjechische keuringsrapport pas na het besluit werd ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de toename van beperkingen voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke ziekteoorzaak. De Raad volgt dit oordeel en constateert dat het UWV het Tsjechische orgaan niet tijdig heeft ingeschakeld, wat een schending van het gemeenschapsrecht inhoudt.
Toch wordt dit gebrek gepasseerd omdat het besluit inhoudelijk juist is en appellant hierdoor niet is benadeeld. De Raad bevestigt de rechtbankuitspraak, wijst het beroep af, en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.