ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over voortzetting WAO-uitkering wegens andere oorzaak toename arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als parttime postsorteerster, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering wegens klachten aan het bewegingsapparaat. In 2003 vroeg zij voortzetting van haar uitkering aan, waarbij een toename van haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld. Het UWV weigerde echter de uitkering te herzien omdat de toename het gevolg was van een andere oorzaak, namelijk een hartoperatie en longkanker.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de toename van arbeidsongeschiktheid inderdaad voortkwam uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor de uitkering werd genoten. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de verdiencapaciteit van appellante niet was gewijzigd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat het UWV ten onrechte de nadruk had gelegd op de nieuwe ziektebeelden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toename van arbeidsongeschiktheid inderdaad voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke, vastgesteld op 20 juni 1994. Er was geen aanwijzing dat de klachten aan het bewegingsapparaat waren toegenomen. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.