Uitspraak
19 2279 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt bijstand als alleenstaande en woont samen met haar dochter die een mbo-niveau 4 opleiding volgt via het Nederlands Talen Instituut (NTI), een opleiding via de derde leerweg. Het dagelijks bestuur heeft de bijstand van appellante herzien en de kostendelersnorm toegepast, omdat de dochter als kosten delende medebewoner wordt aangemerkt. Appellante betwist dit en voert aan dat de dochter als student niet tot de kostendelersnorm zou moeten worden gerekend.
De Raad toetst de toepasselijkheid van artikel 19a van de Participatiewet, waarin wordt bepaald dat studenten die aanspraak kunnen maken op studiefinanciering of een tegemoetkoming, of een beroepsopleiding via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen, niet als kosten delende medebewoner worden aangemerkt. De NTI-opleiding van de dochter valt onder de derde leerweg, die niet door het Rijk wordt gefinancierd en niet gelijkgesteld kan worden aan een BBL-opleiding.
Appellante stelt dat de wetgever niet de bedoeling had om studenten via de derde leerweg onder de kostendelersnorm te laten vallen en dat haar dochter de opleiding op dezelfde wijze als een BBL-opleiding volgt. De Raad wijst deze argumenten af, stellende dat de wetstekst helder is en geen ruimte laat voor een andere interpretatie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de situatie van de dochter niet vergelijkbaar is met studenten die in het buitenland studeren via een vergelijkbare leerweg.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm op de bijstand van appellante vanwege het wonen met haar studerende dochter die een NTI-opleiding via de derde leerweg volgt.