ECLI:NL:CRVB:2021:1433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA op 58,02% ondanks gehoorklachten appellant
Appellant, voormalig telefonist, werd na diverse ziekteperiodes en uitkeringsbesluiten uiteindelijk door het UWV arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 58,02% per 20 mei 2015. Hij voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn gehoorklachten en dat gehoorbescherming geen oplossing zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke KNO-arts als deskundige, die na uitgebreid onderzoek en objectieve audiometrie concludeerde dat de rapporten van de verzekeringsartsen geen oorheelkundige onjuistheden bevatten en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De deskundige vond geen onderbouwing voor de intensiteit van de door appellant ervaren klachten.
De Raad volgde de deskundige en oordeelde dat de twijfel over de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid op oorheelkundig vlak was weggenomen. Ook de arbeidsdeskundige motiveerde overtuigend dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden in de geselecteerde functies, mede omdat gehoorbescherming het geluidsniveau voldoende reduceert.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien om de functionele medische lijst (FML) van 10 februari 2017 onjuist te achten. De Raad kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 58,02% arbeidsongeschiktheid door het UWV.