ECLI:NL:CRVB:2021:1488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling wegens niet-melding onroerend goed in buitenland
Appellante ontving een AIO-aanvulling en vulde een formulier in waarin zij aangaf eigenaar te zijn van een woning in Turkije. Later corrigeerde zij dit en gaf aan geen woning te bezitten. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) startte een onderzoek en ontdekte dat appellante van 1993 tot 2015 eigenaar was van een onroerende zaak in Turkije, die zij niet had gemeld.
De Svb trok daarop de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in vanaf 1 januari 2003. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde. In hoger beroep stelde appellante onder meer dat het onderzoek discriminerend was en dat de waarde van het onroerend goed lager was dan vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek niet discriminerend was omdat de selectie niet gebaseerd was op de melding van vakantieverblijf, maar op inconsistenties in de opgegeven gegevens. Ook was het taxatierapport van de Svb betrouwbaarder dan het door appellante overgelegde rapport. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling wegens niet-melding van onroerend goed in Turkije.