Uitspraak
18.5971 PW-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om een boete van €683 die is opgelegd aan appellant wegens het niet melden van inkomsten uit werkzaamheden voor een werkgever. Appellant heeft de inlichtingenverplichting geschonden door deze inkomsten niet aan het college van burgemeester en wethouders van Utrecht te melden.
Het college heeft het benadelingsbedrag vastgesteld op basis van de netto betalingen op de bankafschriften van appellant, wat in overeenstemming is met het netto-karakter van de bijstand zoals bepaald in artikel 31, derde lid, van de Participatiewet. De stelling van appellant dat loonspecificaties nodig zouden zijn om het benadelingsbedrag exact vast te stellen, is door de Raad verworpen omdat appellant geen loonspecificaties heeft overgelegd ondanks herhaalde verzoeken.
Verder oordeelt de Raad dat de beleidsregel die bij recidive en normale verwijtbaarheid de maximale aflossingstermijn van de boete verlengt tot achttien maanden binnen redelijke grenzen blijft. Het betoog van appellant dat hiervoor geen aanknopingspunten in de rechtspraak zijn, wordt verworpen.
De boete wordt als evenredig beschouwd, ook rekening houdend met de verhoging van de beslagvrije voet. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding en proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De boete van €683 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.