ECLI:NL:CRVB:2017:4312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als senior technisch assistent en meldde zich ziek vanwege hart- en psychische klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband vroeg hij een WGA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35,30%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat er geen informatie was opgevraagd bij zijn behandelaars. Ook stelde hij dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld, mede door rug- en hartklachten en het gebruik van antipsychotica. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het besluit op een deugdelijke arbeidskundige grondslag berustte.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen terecht op hun eigen oordeel mochten varen en dat er geen aanwijzingen waren om het medisch oordeel te betwijfelen. De door appellant genoemde klachten en medicatie gaven geen aanleiding tot extra beperkingen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.