ECLI:NL:CRVB:2021:1613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar UWV op grond van artikel 114 Wet WIA
Appellante was werkgever van belanghebbende die sinds 2016 arbeidsongeschikt is en een WIA-uitkering aanvroeg. Het UWV wees de aanvraag af omdat belanghebbende niet via appellante verzekerd was volgens artikel 114 Wet Pro WIA. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk dan wel ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel belanghebbende was en dat het UWV onrechtmatig had gehandeld, maar trok later haar schadeverzoek in.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.