Uitspraak
19.995 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2007 werkzaam als bedrijfsleider bij werkgever en viel in 2016 uit wegens een hersenbloeding. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewetuitkering omdat zij niet verzekerd was via haar werkgever. Later werd ook de aanvraag voor een WIA-uitkering afgewezen omdat geen dienstverband werd vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking werd aangetoond. De rechtbank baseerde dit op het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst, de verminderde en vertraagde salarisbetalingen, de verwevenheid van privé- en zakelijke belangen tussen appellante en haar echtgenoot die directeur is, en het ontbreken van werkgeversgezag.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad onderschreef de motivering van de rechtbank volledig. De door appellante overgelegde documenten en toelichtingen voldeden niet aan de eisen om een dienstbetrekking aannemelijk te maken. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking is aangetoond.