Uitspraak
18.1657 WIA
OVERWEGINGEN
Sociale verzekering:
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens darmkanker. Het UWV wees de aanvraag af op basis van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling waarbij appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist was en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had de voorbeeldfuncties passend gemotiveerd en geen overschrijding van de belastbaarheid vastgesteld. Het geschil over het aantal gewerkte uren en het maatmanloon werd eveneens door de rechtbank overtuigend beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en bracht nieuw medisch bewijs in, maar de Raad verwierp deze omdat het nieuwe rapport geen nieuwe medische gegevens bevatte die relevant waren voor de datum in geding. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat appellant in staat was de werkzaamheden van de voorbeeldfuncties te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant volgens de FML in staat is de geselecteerde functies te verrichten.