ECLI:NL:CRVB:2021:1631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WIA-uitkering bij buitenlandse arbeidsongeschiktheid en latere Nederlandse arbeidsovereenkomst
Betrokkene was sinds 2009 werkzaam in de Verenigde Staten bij een buitenlandse werkgever en werd op 15 maart 2015 arbeidsongeschikt. Na beëindiging van die arbeidsovereenkomst keerde hij terug naar Nederland en sloot op 9 november 2015 een nieuwe arbeidsovereenkomst met appellante. Vanaf die datum was hij ziekgemeld.
Het Uwv weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat betrokkene op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet verzekerd was volgens de Wet WIA. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid bepalend is voor het recht op uitkering, niet de datum van indiensttreding bij de Nederlandse werkgever.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het Uwv had moeten beoordelen of betrokkene vanaf 9 november 2015 arbeidsongeschikt was en dat het vervallen artikel 43 van Pro de Wet WIA weer van toepassing zou zijn. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid in de VS bepalend is en dat betrokkene toen niet verzekerd was. De arbeidsovereenkomst in Nederland verandert hier niets aan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Betrokkene heeft geen recht op WIA-uitkering omdat hij op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid geen verzekerde was onder de Wet WIA.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het Uwv heeft terecht geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat betrokkene op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet verzekerd was.