ECLI:NL:CRVB:2021:1647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand met terugwerkende kracht wegens niet tijdig melden
Appellante had een arbeidsovereenkomst die eindigde wegens faillissement van haar werkgever. Zij vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen. Pas ruim twee maanden later meldde zij zich bij het college voor bijstand. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van melding, niet met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat bijzondere omstandigheden toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen, zoals onbekendheid met de termijn en het wachten op een faillissementsuitkering. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet bijzonder zijn en dat appellante zich niet zo spoedig mogelijk heeft gemeld.
De Raad benadrukte dat onbekendheid met regelgeving geen rechtvaardiging is en dat het haar eigen verantwoordelijkheid was tijdig bijstand aan te vragen. De keuze om eerst een faillissementsuitkering aan te vragen kwam voor haar risico. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend omdat appellante zich niet tijdig heeft gemeld.