ECLI:NL:CRVB:2021:1679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij beoordeling verstreken periode Wmo
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Delft om voor de periode van 20 maart 2018 tot en met 19 maart 2019 een maatwerkvoorziening Begeleiding Individueel Speciaal klasse 1 in natura te verstrekken en niet in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). De rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellante belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling vanwege een mogelijke toekomstige aanvraag om een pgb. De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn, waarbij een louter formeel of principieel belang onvoldoende is. Omdat het ging om een reeds verstreken periode en niet aannemelijk was dat een inhoudelijk oordeel nog relevant zou zijn voor toekomstige aanvragen, ontbrak het aan procesbelang.
Bovendien waren na de bestreden periode meerdere afwijzende besluiten genomen waartegen geen rechtsmiddelen waren aangewend, en was de situatie van appellante gewijzigd. Het college gaf aan dat bij een nieuwe aanvraag een nieuwe beoordeling zou plaatsvinden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van voldoende procesbelang.