ECLI:NL:CRVB:2021:1718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden zakelijke rekening
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet van 8 februari 2017 tot en met 17 januari 2018. Tijdens een controlegesprek in april 2018 bleek dat appellant beschikte over een zakelijke bankrekening van een cafetaria, die hij niet had gemeld bij het college.
Het college trok de bijstand over de genoemde periode in en vorderde de kosten van bijstand terug, omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van deze rekening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet over de tegoeden op de zakelijke rekening kon beschikken, omdat hij geen bemoeienis meer had met de cafetaria. De Raad verwierp dit verweer, mede vanwege de overschrijvingen van € 8.500,- van de zakelijke naar de privérekening.
De Raad oordeelde dat het tegoed op de zakelijke rekening onderdeel uitmaakt van de middelen waarover appellant redelijkerwijs kon beschikken en bevestigde daarmee het bestreden besluit van het college. De uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.