Appellant, wonende in Marokko en ontvanger van een AOW-pensioen, had een toeslag op zijn ouderdomspensioen aangevraagd na melding van zijn tweede huwelijk. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant op het moment van overlijden van zijn eerste echtgenote geen recht had op toeslag. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit van 16 juli 2018 op correcte wijze was verzonden, omdat het niet aangetekend was verzonden en er geen verzendadministratie aanwezig was. Hierdoor begon de bezwaartermijn pas te lopen vanaf de dag na toezending van een kopie van het besluit op 24 december 2018.
Het bezwaarschrift van appellant, ontvangen op 22 januari 2019, was daarmee tijdig ingediend. De niet-ontvankelijkheidsverklaring was onterecht. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en gaf de Svb opdracht om binnen acht weken een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd bepaald dat tegen deze nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad mogelijk is.